Bij het afsluiten van onze werkgroep HEDERA in Hove hadden wij nog geld in kas. Daarvan hebben we onder ander voor iedere school in Hove een bijenhotel aangekocht in de uitvoering “didactisch” opbouw. Deze uitvoering is met glazen buisjes en geeft de mogelijkheid om in de  privéwoning van de solitaire bijen binnen te loeren. Dit is een hotel met slechts één ster. Dit wil zeggen dat onze solitaire bijen een hotel met vijf sterren verdienen zoals verder zal blijken met als nadeel voor ons dat we daar niet kunnen binnen loeren.

Wij, ex HEDERA, hopen dat ons geld nuttig besteed wordt en dat het een bijdrage mag zijn om de wondere wereld van de natuur op een boeiende wijze te leren kennen, te beleven en te ondersteunen.

Deze korte nota is geen uitgebreide studie maar een leidraad om op gang te komen door ruw weg wat gegevens te verschaffen die algemeen zijn zonder op uitzonderingen in te gaan.

Door meer waarnemingen en studie worden de gegevens steeds meer verfijnd. Er zijn een 600 soorten bijen en wespen en een 130 soorten planten waarop bijen foerageren. Bijen bestuiven 70% van de planten en 30% van de landbouwgewassen.
Geen bestuiving: geen appelen, geen appelsap, geen appelmoes, geen appeltaart. GEEN ETEN !!!

In Vlaanderen zijn er ongeveer 350 soorten bijen waarvan:

  • Eén soort, de honingbij die leeft in een kolonie met centraal een koningin. (Zoals de 22 soorten  hommels die ook bij de bijen gerekend worden.). De levensduur van de werkbij is in de zomer een 44 dagen en in de winter 5 à 6 maanden.
  • 350 soorten solitair, waarvan elk vrouwtje een eigen nestholte heeft waarin ze voeding stopt en eitjes legt. De levensduur van de mannetjes is een 14 tal dagen, van de vrouwtjes een goede maand,  afhankelijk van het weer. Is het goed weer dan werkt het vrouwtje continu door tot ze versleten en uitgeput sterft. Bij slecht weer blijft ze schuilen, daardoor is ze minder uitgeput en minder beschadigd wordt en waardoor ze dan  iets langer leeft.

 

Waar wonen ze:

  • 300 soorten nestelen onder de grond in bermen, langs zandwegen, op  plekjes grond op de heide, in zandige spleten, in kever gangen, in spleten tussen tegels op straat of in de tuin.
  • 50  nestelen bovengronds in kunstmatige nesten, holle plantenstengels van riet, brandnetels, grassen, in spleten van raamkozijnen, voegen van   muren gericht naar het zuiden, in voegen van  hout, in stengels van vlier-, braam en frambozen die ze zelf leeg maken (Maskerbijen). Op onze moderne fruitkwekerijen zijn deze nestgelegen heden niet meer voorhanden. Alles wordt netjes gemaaid en opgeruimd.
  • enkele onder of bovengronds zoals de Wormkruidbij.

Ze zijn warmteminnend en verkiezen een nestholte naar het zuiden gericht beschut tegen wind en regen.  Liefst tegen een muur gericht naar het zuiden. Geen stengels van Japanse duizendknoop (zou giftig zijn?), geen glas of geen plastiekbuisjes want daar komt schimmel in.

Diameter van de gaten 2 à 12 mm. Meest gebruikt  3 à 8 mm. Diepte 10 à 20 cm. Hoe groter het insect hoe langer de holte mag zijn. Is de diepte te groot dan bouwen ze zelf wel een scheidingsmuurtje. De geboorde gaten moeten glad en zonder scheuren zijn zodat ze hun vleugels niet beschadigen door in en uit te kruipen.

Ieder soort kiest een afmeting in diameter naargelang zijn grootte. Enkele voorbeelden met in de laatste kolom de uitvlieg temperaturen. De actiefste temperatuur ligt tussen 18 en 25°C.

Diameter gaten

Soort

  Afmeting Vliegt van  →  tot °C
  3 à 4 mm

Tronkenbij

  6 à 8 mm mei   →   september
  4 à 5.5 mm

Rosse Metselbij

  8 à 13 maart   →  juli.

10

Blauwe Metselbij

  7 à 10 april   →  augustus
  5,5 à  8 mm

Gehoornde metselbij

  11 à 15 maart   →  juli

4

Behangersbij

  10 à 12 mei   →  augustus

 Honingbij – koningin

  16 à 20

Werkster

  13 à 15 Gans het jaar bij minimum

10

Dar – mannetje

  14 à 17

Wormkruidbij

    8 à 9 juli   →  september

De honingbij heeft al gauw een temperatuur nodig van 10°C om uit te vliegen. Zij zoekt op alle planten stuifmeel en nectar en bevrucht zo de bezochte planten. Niet altijd! Honingbijen durven de bloemen vaak beroven van hun nectar zonder de meeldraden aan te raken en een zeer klein percentage bloemen bestuiven Wanneer ze moeilijk bij de nectar kan, durft ze wel in de zijkant van de bloem een gaatje te bijten en zo de nectar te oogsten zonder de bloem te bestuiven.

Bloeiende planten over het ganse jaar zijn voor haar van levensbelang. Deze planten zijn door het huidige landbouwbeleid verdwenen en vervangen door grote velden maïs. De voedingswaarde van deze maïs is voor de bijen zo laag dat ze meer energie steken in het verzamelen van de voeding dan dat de energie van de plant opbrengt. Door op deze planten te oogsten sterven ze van honger.

Bovendien nemen ze residu op van de insecticiden (neonicotinoïdes) die ze benevelen waardoor ze geen oriëntatie meer hebben en hun nest niet meer terug vinden. De afstand die een honingbij kan afleggen zonder verloren te vliegen is 5 Km.

Bloembakken voor De Markgraaf

De solitaire bijen soms ook wel wilde bijen genoemd beperken de planten waarop zij vliegen.  Dit zijn geen honigbijen die wild geworden zijn.  Sommige bijen gaan zelfs zover dat ze slechts op één soort plant vliegen. Omdat solitaire bijen vooral stuifmeel verzamelen en nectar alleen gebruiken voor eigen energievoorziening zijn het veel betere bestuivers dan de honingbij. Solitaire bijen halen 97 % op gebied van bestuiving. Eén solitaire bij doet het werk van 120 werksters van de honingbij.

De nectar die ze zelf nodig hebben om in leven te blijven halen ze meestal van een andere plant dan deze waarop ze stuifmeel oogsten. Zijn deze waardplanten niet in de onmiddellijke omgeving beschikbaar dan zal je ze niet op haar uitverkoren planten vliegen hoe groot ook dat aanbod mag zijn.

De uitvliegperiode is ook afhankelijk van het weer en de temperatuur per soort bij. In voorgaande tabel was te zien dat de Gehoornde Metselbij al vliegt bij 4°C en in de periode  dat het steenfruit in bloei staat waarop zij gespecialiseerd is. Ook de Rosse Metselbij is in deze periode van de partij. Zij heeft wel een temperatuur nodig van 10°C en zij is gespecialiseerd in steenfruit (perzik), pitvruchten (kersen) en aardbei.

Frijthout zonnebloemen

De wormbij is gelukkig nog niet te zien in maart, dat is normaal, ze kan nu niets komen doen. Haar waardplanten zoals het boerenwormkruid staan eerst in juli in bloei.

Zoals we een koekoek hebben bij de vogels, die zijn eieren in een andermans nest legt, hebben we ook koekoeksbijen bij deze insecten. Zij eten de eieren van de gastvrouw op of leggen hun eieren in het nest. Zoals bij de koekoek komen deze eieren vroeger uit en worden door de gastvrouw gevoed.

De vliegafstand is over kleinere afstand dan de honigbij. Deze is afhankelijk van de grootte van het insect en bedraagt 300 à 500 m. Met deze gegevens moeten de beroepstelers rekening houden bij het inplanten van het bijenhotel.

De meest voorkomende op ons hotel zijn De Rosse-, De Gehoornde-, en de Blauwe metselbij. De aanwezige soorten hangen af van de soorten bloeiende planten in de omgeving.

Resultaat van het tellen van de bezoekers op een boomgaard van 1 Ha met appel en peer uitgevoerd door een onderzoek ploeg in Nederland.

  • 528 stuks waarin 41 soorten wilde bijen
  • 265 stuks honingbij
  • 104 stuks zweefvliegen waarin 27 soorten

Bij het bestuiven van appel, peer, (en ook pruim en kers) zijn de toppers :vooral Grasbij, Meidoorn zandbij, Roodgatje en bij appel Goudpunt zandbij en bij peer Aard- en Veldhommel. Allemaal soorten die ondergronds wonen.

Volgens de tellers zouden er ook meer Rosse en Gehoornde Metselbijen voorkomen indien er nestgelegenheid was. Volgens dezelfde ploeg zouden er voor de bestuiving van 1 Ha  met solitaire bijen een 500 tal vrouwtjes voorhanden moeten zijn. Vooral de groep van de Metselbijen komt hiervoor in aanmerking. Als de bestuiving met honingbijen zou  gebeuren zouden er ongeveer 30.000 voorhanden moeten zijn. Ter info, een bijenkast bevat 60.000 à 80.000 bijen.

Op welke manier verzamelen ze stuifmeel voor transport:

  • Kropverzamelaars: primitieve vorm. Kleine hoeveelheid.
  • Buikverzamelaars: deze groep hebben aan de onderkant van het achterlijf lange haren waartussen het stuifmeel verzameld wordt. (buikschuier). o.a. Bladsnijderbijen.
  • Beenverzamelaars: Deze hebben aangepaste beharing op de achterste poten om stuifmeel te transporteren. o.a. Pluimvoetbij
  • Korfverzamelaars: grootste specialisatie bij honingbij en hommels. Zij verzamelen stuifmeel vermengd met nectar in speciale pollenkorfjes.

Hangpot met bloemen

Een voorbeeld : Bij de Slobkousbijen worden in de vlucht  pollen en olie overgebracht op de borstels van de achterpoten. Deze soort heeft zich gespecialiseerd op wederik. Deze soort levert alleen pollen en olie die in de vochtige ondergrondse cellen worden opgeslagen samen met een weinig nectar. Voor eigen energie moeten ze andere planten in de buurt hebben die nectar leveren anders komen ze niet naar de wederik.

Hoe is het wederzijds gedrag van honingbijen en solitaire bijen? Er zijn op sommige plaatsen gedragsveranderingen vastgesteld op gebied van voedselconcurrentie. Of dit tot het uitsterven van soorten leidt is nog niet aangetoond. Hiervoor is een studie over meerdere jaren nodig. In afwachting is het advies om terughoudend te zijn met het plaatsen van bijenkasten in natuurgebieden.

 

Verschil tussen vrouwtje en mannetje.

Beide geslachten hebben facetogen; ocelli vormen een driehoek, 2 paar vleugels en 2-3 cubitaalcellen (in de vleugels). Vrouwtjes hebben een angel, een verzamelapparaat om stuifmeel te verzamelen. Ze hebben 12 antenneleden en het achterlijf bestaat uit 6 segmenten. Mannetjes hebben geen angel, geen verzamelapparaat voor stuifmeel ,zijn kleiner en slanker. Ze hebben 13 antenneleden en 7 achterlijfssegmenten.

Vijanden: chemie vooral de incecticiden (neonicotinoïdes van Bayer), wespbijen (smalband-, roodharige-), koekoeksbijen (kegelbijen, tubebijen), parasieten zoals waaiervleugelige, bonte specht en de mens die de diversiteit van planten verstoort.

 

Levenscyclus.

Solitaire Bijen broedcellen
Solitaire Bijen broedcellen

Als het vrouwtje een geschikte nestholte gevonden heeft wordt de eventuele rommel opgeruimd en een wand dicht gemaakt. (Metselbijen hebben liever een nieuw nest). Het vrouwtje beslist of het een cel wordt voor een mannetje (onbevrucht eitje) of een vrouwtje dat meer ruimte krijgt (bevrucht eitje), meet de lengte af en bouwt een drempeltje. Deze ruimte wordt dan volledig of gedeeltelijk opgevuld met een hoeveelheid stuifmeel tot aan de drempel. In de meeste gevallen enkel met stuifmeel, soms met een weinig nectar. Als het ook nectar aanvoert dan kruipt het eerst vooruit in de holte, braakt de nectar uit, kruipt terug naar buiten om dan achteruit terug te kruipen en het stuifmeel met de poten uit de buikharen te kloppen. Is de ruimte voldoende gevuld dan kruipt ze achteruit in de holte en legt een eitje op de voedselvoorraad. Op de drempel wordt er dan met modder, speeksel en plantenmateriaal een wand gebouwd en zo is de eerste cel af. Daarna wordt alles herhaald tot de ruimte volgebouwd is met cellen. In de eerste cellen worden bevruchte eitjes afgezet (vrouwtjes) in de laatste cellen worden er onbevruchte eitjes gelegd (mannetjes), de aller laatste cel is leeg. Dit is om de predatoren de indruk te geven dat er daar niets te vinden is. Deze laatste cel wordt afgesloten met een stevige mengeling van speeksel met modder, plantenmateriaal of zand om het broed goed te beschermen.

In de cellen ontwikkelen de eitjes (+/- 10 d) zich tot larven die zich voeden met het stuifmeel. Zodra het stuifmeel op is (+/- 3 w) spinnen de meeste soorten een cocon. Daarin (vanaf  2 weken) gaan ze over van larve naar pop en vervolgens tot volwassen bij. Deze gedaante verwisseling duurt bij de meeste soorten een paar maanden. Sommige soorten overwinteren als pop, andere als volwassen bij. Het jaar daarop komen de bijen uit hun nest, op een tijdstip dat afhankelijk is van de soort.

Eerst komen de mannetjes naar buiten (2 weken vooraf). Deze wachten bij de nestplek tot de vrouwtjes naar buiten komen die dan meteen bevrucht worden. Een paar weken later sterven de mannetjes.

De vrouwtjes beginnen meteen aan hun werk. Ze moeten hun haasten want ze zijn maar 4 à 6 weken actief en dan sterven ze. Het zijn vooral hun vleugels die afslijten en hun verplaatsing onmogelijk maken. Hun jongen worden geboren als wezen. Sommige soorten hebben twee generaties per jaar.

 

Kan mij iemand helpen? Ik heb een vraag.

Hoe weten de bijen in welke richting ze de cellen moeten verlaten? Ik weet het niet maar uit waarnemingen in glazenbuisjes merk ik dat de larve begint te eten vanaf de uitgang  omdat daar het eitje gelegd is. Al etend kruipt ze in de andere richting. Als alles op is draait ze haar om in de richting van de uitgang (misschien om te zien of daar nog eten ligt). Alles is opgegeten en zo ligt ze in de goede richting om te verpoppen. Zou dat de juiste redenering zijn?

Het is over duidelijk dat het ganse jaar door een verscheidenheid van bloeiende planten moet ter beschikking zijn om de bijen in leven te houden opdat wij ook in leven zouden blijven.

Meer informatie over bijen is op volgende websites te vinden:

Auteur: Wim Van Deynze

Foto’s : (c) Reporters.